Aansluiting op de vervolgopleidingen
- Je hebt vast open dagen bezocht bij universiteiten of hogescholen. Ga na welke instelling de opleiding bood die je het meest aansprak. Bepaal zelf een onderwerp en een probleemstelling voor je profielmeesterstuk. Overleg over het onderwerp en je probleemstelling met je docent. Zoek vervolgens contact met die opleiding. Daar kunnen ze je vast helpen met de verdere uitwrking van je onderwerp, probleemstelling, deelvragen enz. Vraag je vervolgopleiding om ondersteuning bij de uitwerking van je profielmeesterstuk.
- Heb je geen idee bij welke opleiding je aan kunt kloppen, ga dan naar je decaan. Die weet vast een vervolgopleiding waar je contact mee kunt zoeken.
In opdracht van een reële opdrachtgever
Als je een profielmeesterstuk wil maken in opdracht van een echte opdrachtgever, dan kun je dat als volgt aanpakken:
- Ga na of je in je familie- of kennissenkring iemand hebt met een bedrijf waarvoor je een opdracht kan maken.
- Als dat niet het geval is, vraag dan aan je klasgenoten of zij misschien iemand in hun familie- of kennissenkring hebben die je een opdracht zou kunnen geven.
- Vraag aan je mentor of hij weet of de school contacten heeft met bedrijven of instellingen. Via school kun je dan met een zo’n bedrijf of instelling contact opnemen.
Competentiegebieden
Hieronder staan de competenties die voor zowel havo als vwo leerlingen belangrijk zijn voor een succesvol vervolg op de hogeschool of op de universiteit. Je kunt zien of je een competentie beheerst aan de dingen die je doet, aan je gedrag. Bij elke competentie staat een aantal gedragskenmerken geformuleerd.
- Methodisch handelen (aanpak van het werk)
- Informatie verzamelen (informatievaardigheden)
- Onderzoeken (probleemgericht werken)
- Ontwerpen
- Samenwerken
- Communiceren
- Reflecteren (kijken naar jezelf, kijken naar je werk)
- 'Willen' en 'zijn' (kerncompetenties of kernkwaliteiten
Klik hier voor nadere informatie over de gedragskenmerken.
Bij het profielmeesterstuk is het belangrijk dat je aantoont over deze competenties te beschikken. Het best kun je tijdens het hele werkproces geregeld nagaan wa je wel en wat je niet doet. Werk je met een ander samen, dan kun je ook elkaar beoordelen. Ook je begeleider zal regelmatig met je bespreken in hoeverre je de competenties bezit.
Op de site staat een checklist die je kunt gebruiken.
Misschien heeft je school ook het zogenaamde competentiespel aangeschaft dat je af en toe kunt spelen om te kijken hoe je er voorstaat wat betreft je competentieontwikkeling. Vraag er je begeleider naar.