De laatste jaren is er veel aandacht voor competentiegericht onderwijs. Bij competentiegericht onderwijs vindt het aanleren van kennis, houding en vaardigheden plaats binnen de context van het toekomstige beroep. Leersituaties op school zijn afgeleid van het toekomstige beroep. Soms, in het geval van stages, vindt het leren helemaal in de beroepscontext plaats. Het MBO (middelbaar beroepsonderwijs) zal binnen enkele jaren volledig competentiegericht zijn.
Veel VMBO scholen met beroepsgerichte opleidingen hebben hun opleidingen volgens de principes van het competentiegericht leren ingericht of zijn daar druk mee bezig. Leerlingen/studenten ervaren de relevantie van wat ze leren en dat is goed voor het leereffect en de motivatie.
In scholen voor havo en vwo is tot nu toe niet veel te merken van competentiegericht onderwijs, hoewel een aantal scholen de eerste stappen heeft gezet om onderdelen van het curriculum in de bovenbouw van havo en vwo meer competentiegericht te maken, bv. de scholen die deelnemen aan het SLO-project ‘Competent Doorstromen’, scholen die deelnemen aan het SLO-project Praktische Profieloriëntatie (PPO) en de HACO-scholen (Havisten competent naar het HBO).
Op zichzelf is het niet verwonderlijk, dat scholen voor havo en vwo minder aandacht hebben voor competentiegericht onderwijs. Havo en vwo zijn immers algemeen vormende opleidingen voor een relatief heterogene groep leerlingen. Toch zullen scholen voor havo en vwo er niet aan ontkomen hun onderwijs in de bovenbouw op onderdelen meer competentiegericht te maken. De noodzaak daartoe ligt in het feit dat in het hoger onderwijs steeds meer opleidingen competentiegericht worden ingericht.
Sinds het verschijnen van het rapport ‘Prikkelen, presteren, profileren’ van de commissie Franssen[1] in 2001 is er binnen het hoger onderwijs steeds meer aandacht gekomen voor competentieontwikkeling. De commissie Franssen beschreef een aantal basiskwalificaties voor hbo en wo-studenten op bachelor- en masterniveau. Bij de accreditatie van nieuwe opleidingen is een belangrijk punt van beoordeling in hoeverre de opleiding de basiskwalificaties weet te vertalen in specifieke kwalificaties/competenties die bij de betreffende (beroeps)opleiding passen. Vooral hbo-instellingen zijn heel ver in het beschrijven van de opleidingscompetenties waaraan binnen opleidingen wordt gewerkt (zie www.hbo-raad.nl). Veel hbo-opleidingen zijn ingericht volgens de principes van het competentiegerichte leren.
Het is moeilijk te beoordelen of het wetenschappelijk onderwijs al net zover is als het HBO. Feit is dat ook in het wetenschappelijk onderwijs meer aandacht is voor competentie-ontwikkeling[2]. Daarbij is de context niet een specifiek beroep, maar die van een beoefenaar van een bepaalde wetenschap. Omdat de accreditatie van nieuwe academische studierichtingen ook volgens de richtlijnen van de commissie Franssen plaatsvindt, is te verwachten dat ook het wetenschappelijk onderwijs steeds meer trekken van competentiegericht onderwijs zal krijgen.
Als scholen voor havo en vwo hun leerlingen zo goed mogelijk willen voorbereiden op hun vervolgopleidingen, zullen zij meer aandacht willen besteden aan de competentieontwikkeling bij hun leerlingen.
[1] Franssen, J., Commissie Kwartiemakers Hoger Onderwijs (2001). Prikkelen, presteren, profileren. Eindrapport Accreditatie Hoger Onderwijs.
[2] Meijers, A.W.M. e.a. (2005). Criteria voor academische bachelor en master curricula, een gezamenlijke uitgave van TU Eindhoven, TU Delft en Universiteit Twente.